Vanessa Umboh, oprichtster

Mijn jeugd was die van een veilige en liefdevolle omgeving. Het was een context waarin we op een vriendelijke manier zorg droegen voor elkaar. Het betekende dat iedereen verantwoordelijkheid droeg voor elkaar. Dit zorgde voor een gevoel van veiligheid, genegenheid, van erkenning en een van stimulans. Er waren weinig zorgen en deze levensvisie zorgde voor een openheid naar elkaar en het leven zelf. Het terugblikken naar mijn eigen opvoeding maakte me bewust van de meerwaarde van een veilige leefomgeving. Het werd mijn wens – en missie – om elke leefsituatie aan de basisvoorwaarden te laten voldoen, zodat kinderen zorgeloos en enthousiast het leven tegemoet treden.

Een kind is sensitief en tegelijk ook erg kwetsbaar. Een denkbeeld wordt al snel opgelegd: dat er bijvoorbeeld bepaalde dingen niet voor hen zijn weggelegd. Dit komt voort uit de realiteit van de dag, waar ze te maken hebben met mogelijke armoede, uitsluiting of een gebrek aan spel of genegenheid. Dit heeft een grote impact op de belevingswereld en zodoende ook op overtuigingen en perspectieven die het kind ontwikkeld. 

Als behandelaar in de kinder- en jeugdpsychiatrie heb ik geleerd welke desastreuze gevolgen deze overtuigingen en perspectieven kunnen aanrichten.

 

Opgroeien in armoede heeft verstrekkende gevolgen. Het tast het gevoel van eigenwaarde aan, het zorgt voor ongelijkheid, verdeeldheid en sociale uitsluiting. Bovendien brengt het een hoop emotionele en psychologische bagage met zich mee.

In Nederland is de tendens om te roepen dat elk kind dezelfde kansen heeft. Dit is onjuist. Armoede treft 1 op de 4 kinderen in Rotterdam. Dit is een ontoelaatbaar gegeven en het is onze missie om dit tegen te gaan. Uiteindelijk heeft die armoede namelijk effect op de gehele samenleving.

Tijd dus om op te staan; om niet de ogen te sluiten, maar het hart te openen.